|
door: J. Prinsen en R.
van Altena
Het Nationaal Uitvoerings Programma Dienstverlening en e-overheid (NUP)
eist dat alle gemeenten, groot en klein, op 31 december 2011 een werkend
multichannel klantcontactcentrum (KCC) hebben om vlekkeloos te worden
aangesloten op het 14+ netnummer. Nu blijkt dat de doelstelling om aan het
einde van dit jaar in alle gemeenten met meer dan 100.000 inwoners een
klantcontactcentrum te hebben waarschijnlijk niet wordt gehaald. Je zou
denken dat gemeenten genoeg hulpmiddelen aangereikt krijgen om een
degelijk KCC neer te zetten. Niets is minder waar. Voor het opzetten van
een klantcontactcentrum moeten de juiste keuzes gemaakt worden.
Alle gemeenten zijn vrij om zelf hun klantcontactcentrum in te richten.
Zij kiezen vaak tussen een eigen intern klantcontactcentrum of
uitbesteding aan een externe partij. Maar wellicht is een gecombineerde
oplossing misschien wel de meest (kosten)effectieve en meest sociale
oplossing? Zeven tips voor het opzetten van een eigen klantcontactcentrum
die elke gemeente ter harte moet nemen.
1. Kies voor de non-stop service benadering.
Zorg ervoor dat het klantcontactcentrum non-stop bereikbaar is. Om een
goede dienstverlening te bieden aan de burger is het belangrijk om 365
dagen per jaar 24/7 bereikbaar te zijn. Naast de voorwaarde dat de
gemeenten 24 uur per dag bereikbaar zijn, is het kiezen voor één centraal
telefoonnummer essentieel. Zo weten inwoners van de gemeente dat zij voor
elke vraag, ongeacht het onderwerp, hetzelfde nummer kunnen bellen.
2. Zorg voor het goed ontsluiten van de informatie.
Het is belangrijk dat alle vragen beantwoord kunnen worden en alle
informatie dus bij de hand is. Het is daarom noodzakelijk om alle diensten
van de gemeente bij het proces te betrekken. De telefoontjes die het KCC
niet kan afhandelen, worden doorverbonden met specialisten van de
desbetreffende deelgemeenten. Een goede afstemming met deze deelgemeente
is van groot belang voor het slagen van het centrale KCC. Om de
deelgemeentes niet constant te belasten met vragen, kan er worden gewerkt
met een lijst van frequent gestelde vragen met bijbehorende antwoorden (FAQ’s).
Waar informatie de kritische factor is, is regievoering over het
verkrijgen, beoordelen en op maat beschikbaar stellen van informatie
cruciaal.
3. Breng niet alle onderdelen in één keer onder bij
het KCC, maar zorg voor een gefaseerde uitrol. Wanneer een gemeente
start met het opzetten van een eigen KCC is het slim om te beginnen met de
diensten waar de grootste belvolumes vandaan komen. Bij de meeste
gemeenten zijn dit Publiekszaken en Gemeentebelastingen. Bij veel
gemeenten is een eigen frontoffice georganiseerd die bij de invoering van
een centraal KCC uit handen gegeven moet worden. Zo’n verandering heeft
tijd nodig en is een ingrijpend proces. Door gefaseerd alle diensten van
de gemeente onder te brengen in het KCC, kunnen medewerkers tevens
voldoende kennis opdoen om de vragen goed te kunnen beantwoorden.
4. Bepaal van te voren waar de verantwoordelijkheden
liggen. Het begint met de vraag wat de gemeente allemaal wel en
niet door het KCC wil laten afhandelen. Als veel bevoegdheden en dus veel
informatie bij het KCC worden gelegd, kan de backoffice worden ontlast.
Dit is echter niet bij elke dienst mogelijk. Door de aard van de vragen
kunnen vragen over bijvoorbeeld gemeentebelastingen nog vaak worden
doorverbonden naar de tweede lijn. In die situatie wordt het belangrijk om
de workflows en de bezetting van de eerstelijn en de backoffice op elkaar
af te stemmen.
5. Onderneem maatschappelijk verantwoord. Een
gemeente kan er voor kiezen zich in te spannen om mensen met een afstand
tot de arbeidsmarkt weer aan de slag te helpen. Een klantcontactcentrum
biedt een uitstekende mogelijkheid daarvoor. Door opleiding en begeleiding
worden mensen via leer/werktrajecten zoveel mogelijk ontwikkeld en
gestimuleerd om, indien mogelijk, een plek bij een reguliere werkgever te
bemachtigen. Een voorwaarde voor het klantcontactcentrum kan dus zijn dat
medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt vanuit huis kunnen
opereren. Alle agents moeten dan thuis over een werkplek met een telefoon
met van buitenaf aankiesbaar telefoonnummer, een headset en een PC met een
internetverbinding beschikken. Een keuze voor de juiste techniek is daarom
belangrijk.
6. Kies de juiste techniek. Het realiseren
van een eigen klantcontactcentrum is voor gemeenten geen sinecure. Alleen
al het kiezen van de juiste techniek heeft wat voeten in de aarde. Wanneer
gemeenten een gecombineerde oplossing, waarbij zij de techniek
uitbesteden, overwegen dan is een hosted oplossing vrijwel noodzakelijk.
Het unieke hieraan is dat zowel de infrastructuur als ook het operationele
beheer daarvan hosted is. Daardoor is het dus niet nodig om hiervoor een
eigen IT-afdeling te hebben en zijn investeringen eveneens overbodig. Er
bestaan partijen die een hosted virtueel contactcenterproduct aanbieden,
waardoor ook het sociale karakter van de gemeente behouden kan blijven.
Met dit hosted virtuele product is het mogelijk om vanuit huis de
telefoontjes af te kunnen handelen. Naast de mogelijkheid om thuis te
werken biedt een hosted virtueel klantcontactcentrum voor gemeenten nog
veel meer voordelen. Het systeem biedt managementrapportages op maat en
via real time monitoring is relevante informatie altijd online
beschikbaar. Op deze manier kan het klantcontactcentrum management prima
zien hoe effectief een medewerker of project is en dit realtime
vergelijken.
7. Blijf evalueren om de kwaliteit hoog te houden.
Bij de start moeten nieuwe SLA’s worden opgesteld met de betrokken
gemeentelijke diensten. Niet alleen de resultaten moeten worden
geëvalueerd, maar juist het werkproces op dat moment binnen de dienst. Er
wordt gekeken naar de vraag of er mensen van deze diensten naar het
centrale contactcenter willen en daarnaast wordt bezien wat er aan
werkzaamheden naar de nieuwe frontoffice kan worden verplaatst. Om de
afstemming tussen de diensten en de klantcontactorganisatie te verbeteren
is het aan te raden om voor de kwaliteitsmonitoring van alle gesprekken
projectmedewerkers in te huren.
In de praktijk
In Rotterdam ontwikkelde de gemeente een eigen werkbedrijf voor het
klantcontactcentrum. Dit klantcontactcentrum is in eerste instantie
opgezet om de ruim 900.000 inkomende telefoontjes per jaar bij de gemeente
Rotterdam af te handelen. Het creëren van werk is één van de primaire
doelstellingen van de gemeente. De voorwaarde voor het klantcontactcentrum
van de gemeente Rotterdam was dat medewerkers met een afstand tot de
arbeidsmarkt vanuit huis kunnen opereren. De gemeente Rotterdam heeft
gekozen voor het uitbesteden van de techniek en de werving van de
contactcenteragents zelf te doen.
Door te kiezen voor een hosted virtuele oplossing wordt de efficiëntie van
klantcontactcentrum enorm vergroot. Het volledige hosted model maakt
investeringen in hard- en software overbodig en men heeft altijd de
beschikking over voldoende capaciteit zowel wat betreft infrastructuur als
de benodigde ondersteuning in de vorm van project en IT support. Via het
SaaS (Software as a Service) model neemt de kennispartner de benodigde IT-
en projectsupport taken van het KCC over zodat het zich kan concentreren
op de kerntaak: het zo goed mogelijk afhandelen van de klantcontacten.
Resultaten
De gemeente Rotterdam heeft inmiddels 110 mensen aan het werk geholpen.
Ruim 90 procent werkt parttime. 95 procent daarvan betreft mensen die
langdurig uit het arbeidsproces zijn geweest. Voor deze mensen is het heel
veel waard dat zij weer ‘mee kunnen doen’. Zoals gebruikelijk in deze
branche werken de opdrachtgevers met KPI’s zodat de resultaten van de
acties meetbaar zijn. Om een kwalitatief en sociaal goed
klantcontactcentrum neer te zetten is tijd nodig.
De doelstelling van de invoering van het Nationaal Uitvoerings Programma
Dienstverlening en e-Overheid is een betere dienstverlening voor burgers
en bedrijven. Waar blijft het sociale karakter dan? Het is voor gemeenten
zeer goed mogelijk om een klantcontactcentrum op te zetten dat past binnen
het sociale karakter van de overheid. Om dit te realiseren moeten
gemeenten op zoek naar een kennispartner die kan adviseren op het gebied
van techniek, processen en HR. Als dit allemaal goed ingeregeld is en er
een duidelijke filosofie is over hoe met klantcontact om te gaan, dan is
de uiterste datum van 31 december wel degelijk haalbaar.
Jeroen Prinsen is directeur van Dijk Connect en Raymond van Altena is
projectleider bij Roteb – Ro!Entree.
|